BLOGG 34 (Bezonnen Lezingen Over Gender & Gezondheid)

De sekse van de dokter en de sekse van de patiënt

Maakt het voor de uitkomst iets uit of een mannelijke chirurg een vrouwelijke patiënt opereert of andersom, een vrouwelijke chirurg die een mannelijke patiënt opereert? Deze vraag bestudeerden Canadese onderzoekers in de gegevens van ruim 1,3 miljoen patiënten die geopereerd waren door in totaal bijna 3.000 chirurgen.

There’s no “i” in team, 2018, ink and watercolour on paper (by Simon Fieldhouse), Van website.

De uitkomst van een chirurgische procedure hangt af van de preoperatieve gezamenlijke besluitvorming, technische vaardigheid van de chirurg en tijdige signalering van postoperatieve complicaties. Die factoren worden in belangrijke mate mede bepaald door communicatieve vaardigheden van chirurgen en door hun ervaring en klinische blik. Uit eerder onderzoek bij huisartsen in Nieuw Zeeland was bekend dat seksediscordantie (i.e., sekseverschil tussen chirurg en patiënt) o.a. gepaard ging met slechter contact, meer onzekerheid over de diagnose, minder zekerheid over de ernst en verschil van mening over het gegeven advies. Dat gold vooral als het ging om een mannelijke dokter en een vrouwelijke patiënt. De hypothese in het Canadese onderzoek was dan ook dat de uitkomsten bij mannelijke chirurgen die een vrouwelijke patiënt behandelden slechter zou zijn.

In dit onderzoek hadden bijna 670.000 vrouwelijke patiënten een mannelijke chirurg en ruim 50.000 mannelijke patiënten een vrouwelijke chirurg. Bij sekseverschillen tussen chirurg en patiënt hadden patiënten iets vaker postoperatieve complicaties in vergelijking met patiënten die geopereerd waren door een chirurg van dezelfde sekse. Het ging om een klein verschil van grofweg 7%. Bij het vergelijken van de twee groepen (mannelijke dokter, vrouwelijke patiënt versus vrouwelijke dokter, mannelijke patiënt) bleek echter dat de extra postoperatieve complicaties optraden bij vrouwelijke patiënten die geopereerd waren door mannelijke dokters en niet bij de mannelijke patiënten die door vrouwelijke chirurgen geopereerd waren. Het ging hier om een extra risico van grofweg 15%!

De resultaten van dit onderzoek zijn in overeenstemming met de resultaten van ander onderzoek naar geslachtsverschillen. Er is dus mogelijk een patroon. De onderzoekers veronderstellen dat het verschil mogelijk verklaard wordt door onderschatting van de ernst van de klachten door mannelijke artsen bij vrouwelijke patiënten. Er is dus werk aan de winkel.

Peter Lucassen