BLOGG 33 (Bezonnen Lezingen Over Gender & Gezondheid)

Zijn vrouwelijke artsen empathischer dan hun mannelijke collega’s?

Waarschijnlijk beantwoorden veel mensen deze vraag met ‘ja’. Maar hoe zit het nou precies? En wat is empathie eigenlijk?

Caring A Tradition of Nursing (painting by Marlyn Boyd). Van website.

Er is nogal wat discussie over wat empathie is en of je kunt verwachten van huisartsen dat ze altijd empathisch mee voelen met patiënten. Een definitie: empathie is ‘voelen wat iemand anders voelt, weten wat iemand anders voelt en de intentie hebben met compassie te reageren’. Meer empathie betekent betere afstemming op elkaar. Je kunt empathie op verschillende manieren meten, bijvoorbeeld door aan de huisarts te vragen in hoeverre hij zich herkent in de uitspraak ‘Ik ben vaak nogal geraakt door wat ik zie gebeuren’. Een tweede manier is het aan de patiënt te vragen, bijvoorbeeld: ‘Hoe goed was de huisarts in het tonen van zorgzaamheid en compassie?’ Naast deze twee manieren kun je objectiever te werk gaan door in consulten te observeren of meten wat er gebeurt. Dat kost veel tijd en geld. Die methode kan dan ook niet goed gebruikt worden voor grote aantallen patiënten.

Zwitserse onderzoekers gebruikten een nieuwe methode: het meten van de toonhoogte van de stem. Het idee is dat empathie een proces is waarbij spiegelneuronen een grote rol spelen wat ertoe leidt dat mensen hun gedrag synchroniseren. Hoe beter de empathie en onderlinge afstemming, hoe meer synchronisatie. Dat synchroniseren geldt o.a. voor de toonhoogte van de stemmen. Men meet dan dus mate van synchronisatie van de stemfrequenties van gesprekspartners. Deze meting heet SVMFF (synchrony of vocal mean fundamental frequencies).

Het onderzoek ging over op video opgenomen consulten van 61 huisartsen (26 vrouwen, 35 mannen) met twee mannelijke en twee vrouwelijke patiënten, in totaal 244 consulten. Empathie werd op verschillende manieren gemeten. Alle huisartsen moesten aangeven hoe empathisch zij zichzelf vonden, alle consulten werden gescoord door observatoren en in alle gesprekken werd de SVMFF gemeten. De resultaten waren interessant. De zelf-scores van vrouwelijke huisartsen lagen hoger dan de scores die mannelijke huisartsen zichzelf gaven. Vrouwelijke huisartsen vonden zichzelf dus empathischer. Observatoren scoorden vrouwelijke en mannelijke huisartsen als even empathisch. En ten slotte: de mannelijke huisartsen waren beter gesynchroniseerd met hun patiënten dan de vrouwelijke huisartsen. Als het klopt dat de SVMFF een goede maat is voor empathie, scoren mannelijke huisartsen beter dan vrouwelijke huisartsen.

Zijn vrouwelijke huisartsen nu empathischer dan hun mannelijke collega’s? Ik zou nu zeggen: dat ligt aan hoe je het meet, maar het verschil is in elk geval niet erg groot. En het zou zelfs andersom kunnen zijn, mannelijke huisartsen empathischer dan vrouwelijke!

Peter Lucassen