BLOGG 30 (Bezonnen Lezingen Over Gender & Gezondheid)

Onderbrekingen in de politiek én in de spreekkamer: de ene onderbreking is de andere niet!

In maart 2021 verscheen een artikel in de Volkskrant over ‘manterrupting’, het fenomeen dat mannelijke sprekers een vrouwelijke gesprekspartner drie keer zo vaak zouden onderbreken als een mannelijke gesprekspartner. Het communicatiegedrag van premier Rutte tijdens vergaderingen werd als voorbeeld genoemd. De term ‘manterrupting’ klinkt pakkend en schokkend, maar houdt vooral een ouderwets stereotiep idee over taalgebruik en gender in stand: de dominante man en de onderdanige vrouw. Dat is jammer en onjuist, want veel recente studies naar taalgebruik vinden weinig tot geen verschillen tussen mannen en vrouwen.

Ons taalgebruik hangt samen met meerdere factoren, zoals leeftijd, status, ervaring, sprekersrol, machtsverhouding, interactionele setting en cultuur (zie ook onze scoping review over studies naar mannelijk en vrouwelijk taalgebruik). Het is dus niet terecht om een specifiek aspect van taalgebruik – in dit geval onderbrekingen – op zo’n negatieve manier te koppelen aan gender.

Niet alle onderbrekingen verstoren de inhoud en het verloop van de interactie. Het maakt allereerst uit op welk moment er wordt ingebroken in de beurt van de ander. Sprekers zijn verrassend goed in het voorspellen van het einde van een beurt en beginnen dan, in overlap met de huidige spreker, alvast hun eigen beurt. Dit kleine moment van overlap is niet problematisch, maar zorgt juist voor een vloeiende interactie. Een onderbreking vindt plaats op een moment waarop de beurt van de huidige spreker nog geen voorspelbaar einde nadert, maar ook op deze momenten wordt een onderbreking niet altijd als iets negatiefs bedoeld én ervaren.

Op dit moment zijn we druk bezig met onze studie naar onderbrekingen in gesprekken tussen huisartsen en patiënten, met een focus op de samenhang tussen de onderbrekingen en de sekse van beide gesprekspartners. We maken daarbij onderscheid tussen verschillende soorten onderbrekingen. De klassieke negatieve associatie die we met onderbrekingen hebben komt terug in onderbrekingen waarbij succesvol de beurt wordt ‘gekaapt’, of als van onderwerp wordt veranderd. Daarnaast komen echter ook veel coöperatieve onderbrekingen voor, welke juist bevorderend zijn voor de inhoud en het verloop van de interactie, zoals het onderbreken van de gesprekspartner met een vraag om verduidelijking of het toevoegen van relevante informatie.

Zeker in de specifieke context van huisartsconsulten is het van belang dat beide sprekers over dezelfde informatie beschikken. De klachten moeten namelijk voor zowel patiënt als huisarts helder zijn, er moet een diagnose worden gesteld en een behandelplan worden besproken. Met coöperatieve onderbrekingen kunnen huisartsen en patiënten ‘inbreken’ in elkaars beurten om begrip of overeenstemming te tonen, te vragen om opheldering of belangrijke informatie toe te voegen. Op die manier wordt de interactie rijker en vollediger en wordt een wederzijds begrip bewerkstelligd.

We hebben de politieke vergaderingen, en dan in het bijzonder de onderbrekingen van premier Rutte, niet bestudeerd, dus we kunnen helaas niets zeggen over het al dan niet coöperatieve karakter van zijn onderbrekingen. Maar in tegenstelling tot het meegaan in het stereotiepe idee van ‘manterrupting’, staan wij achter mooi kwalitatief en kwantitatief onderzoek met een meer veelzijdige definitie van een onderbreking, waarbij ook aandacht is voor het mogelijke coöperatieve karakter.

Ilona

PS. Bekijk ook eens de poster over deze studie waarin de eerste bevindingen worden gepresenteerd!