BLOGG 3 (Bezonnen Lezingen Over Gender & Gezondheid)

Dealen met vooroordelen

Collega huisarts en onderzoeker Peter Lucassen stuurde me gisteren een intrigerend artikel uit de Correspondent. Auteur van dit artikel is Rutger Bregman. Rutger maakt, zoals de Correspondent schrijft, utopische ideeën realistisch. Geïnspireerd door dit artikel besloot ik even stil te staan bij de vooroordelen die er bestaan over SOLK en over mannen en vrouwen.

Bregmans artikel, ‘Dit is het beste medicijn tegen haat, racisme en vooroordelen’, is een prachtig verhaal over de tweelingbroers Viljoen uit Zuid-Afrika. De één is legercommandant en fervent voorvechter voor de apartheid, de ander is theoloog en fervent tegenstander van de apartheid. Tweelingbroers die vlak voor de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika een burgeroorlog in het land voorkwamen waardoor uiteindelijk Nelson Mandela de eerste zwarte president van Zuid-Afrika werd. Het heeft weinig geschiedenisboeken gehaald. Rutger Bregman vraagt zich af hoe het deze broers gelukt is om een burgeroorlog af te wenden. Hij concludeert dat de broers over hun vooroordelen heen zijn gestapt en veel tijd en energie hebben gestoken in het beter leren kennen van elkaar en elkaars ideeën.

Vooroordelen spelen ook een belangrijke rol bij SOLK (somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten). Veel hulpverleners hebben bepaalde vooroordelen over SOLK. En ook ik had in het begin van mijn huisartsencarrière vooroordelen over SOLK. Zo dacht ik bijvoorbeeld dat patiënten met SOLK niet over psychosociale achtergronden van hun klachten wilden praten en dat patiënten met SOLK mij onder druk zetten voor allerlei medisch interventies, zoals medicatie, aanvullend onderzoek en verwijzingen naar medisch specialisten. Inmiddels weet ik uit de literatuur dat in meer dan 95% van de gevallen patiënten psychosociale hints geven in het consult met de huisarts, en dat het vooral de huisarts is die allerlei medisch interventies voorstelt zonder dat patiënten daar om vragen. Dus, ook huisartsen en andere hulpverleners zullen eerst over hun eigen vooroordelen moeten stappen voordat ze patiënten met SOLK goed kunnen behandelen. Dit kan door goed contact te hebben met deze patiënten en door bereid te zijn hen beter te leren kennen.

En hoe zit het dan met de vooroordelen over mannen en vrouwen? Een snelle zoektocht op internet levert er meteen tien op;

1. Mannen hebben meer gevoel voor humor

2. Mannen zijn viezer dan vrouwen

3. Veel mannen zijn moederskindjes

4. Vrouwen zijn ijdeler dan mannen

5. Vrouwen zijn praatziek

6. Vrouwen zijn gevoeliger dan mannen

7. Mannen luisteren slechter

8. Vrouwen zijn thuis de baas

9. Vrouwen kunnen beter multitasken

10. Mannen kunnen beter inparkeren

Stanford  University toonde aan dat mannen inderdaad vaker en eerder lachten wanneer ze een grappig plaatje kregen voorgeschoteld, maar dat vrouwen meer lol hadden. Volgens de University of Colorado wast ongeveer 90% van de vrouwen en 75% van de mannen de handen na een toiletbezoek, maar staat 70% van de mannen tegenover 57% van de vrouwen dagelijks onder de douche. Vrouwen kijken gemiddeld twee jaar van hun leven in de spiegel terwijl mannen 6 maanden wel genoeg vinden. Mannen luisteren inderdaad minder goed, maar hetzelfde geldt voor vrouwen. Zij luisteren ook minder goed naar vrouwen dan naar mannen. Hersenonderzoek toont aan dat vrouwen bij multitasken vaker dan mannen beide hersenhelften gebruiken.

Toen ik deze vooroordelen aan onze huisarts in opleiding liet lezen viel haar oog meteen op nummer 5. Vrouwen zijn praatziek. Vrouwen blijken inderdaad gemiddeld 7000 woorden per dag te gebruiken, terwijl bij mannen dit slechts 2000 is. Ze merkte echter meteen feilloos op dat die vlieger in mijn geval niet op ging. Daar stond ik dan met m’n mond vol tanden en dat gebeurt niet vaak. Ik antwoordde dan ook maar snel dat ik straks even goed zou kijken hoe ze tijdens het visite rijden haar auto ging inparkeren.

Tim