BLOGG 29 (Bezonnen Lezingen Over Gender & Gezondheid)

Gebruiken mannen taal anders dan vrouwen?

Het jaar 2021 begon voor ons met goed nieuws: onze scoping review naar man-vrouwverschillen in taalgebruik in een-op-eengesprekken is nu gepubliceerd in Review of Communication Research! Benieuwd naar hoe zo’n scoping review in z’n werk gaat? En uiteraard zet ik de belangrijkste bevindingen uit deze studie even voor jullie op een rijtje.

Schilderij van Sandro Botticelli, Venus en Mars, in The National Gallery (Londen).

Voor ons onderzoek naar de rol van sekse en gender in interacties tussen huisartsen en patiënten, was het nodig én interessant om eens de huidige stand van zaken met betrekking tot mannelijk en vrouwelijk taalgebruik vast te stellen. Een scoping review was daar de perfect methode voor! Het doel van een scoping review is om wetenschappelijke bevindingen te verzamelen, te structuren, samen te vatten, te interpreteren en te bespreken. Dit gebeurt op een systematische, doelgerichte en kritische manier, zodat de conclusies op een zo objectief mogelijke manier tot stand komen.

Veel ideeën over mannelijk en vrouwelijk taalgebruik komen voort uit bevindingen en conclusies van studies uit de 20ste eeuw. Zo zou mannelijk taalgebruik direct zijn met veel onderbrekingen, en zou vrouwelijk taalgebruik gekenmerkt worden door veel woorden, en het gebruik van tags als ‘toch?’ en beleefdheidsvormen. Echter, zowel de theoretische perspectieven op gender en taalgebruik als de genderrollen in de maatschappij zijn inmiddels flink veranderd. Wij waren daarom erg benieuwd vanuit welke theoretische perspectieven mannelijk en vrouwelijk taalgebruik in de laatste 20 jaar is bestudeerd. Bovendien wilden we weten welke talige en interactionele variabelen zijn onderzocht in studies naar de relatie tussen gender en taalgebruik, en wat de bevindingen uit deze studies ons kunnen vertellen over mannelijk en vrouwelijk taalgebruik.

We zochten, we lazen, we vonden!

Onze zoektocht naar studies begon in zes verschillende databases binnen de domeinen van communicatie-, sociale en medische wetenschappen. Voor iedere database hadden we een zoekstrategie opgesteld om zoveel mogelijk relevante studies te kunnen vinden.

En wanneer was zo’n studie dan relevant voor onze onderzoeksvraag? Nou, daarvoor stelden we enkele belangrijke inclusiecriteria op: (1) het hoofddoel van de studie bestaat uit het onderzoeken van mannelijk en vrouwelijk taalgebruik, (2) de studie onderzoekt (non-)verbale aspecten van taalgebruik uit gesproken een-op-een-interacties, (3) de deelnemers of sprekers in de studie zijn 18 jaar of ouder, (4) het taalgebruik in de interacties is spontaan en natuurlijk (dus niet van tevoren bedacht en opgeschreven), (5) de onderzochte taal is een Germaanse of een Romaanse taal, en (6) de studie is na 2000 gepubliceerd.

Uiteindelijk vonden we meer dan 10.000 studies in de zes databases! Gelukkig konden we meteen al veel dubbele studies en studies die voor 2001 gepubliceerd waren uit de lijst halen. Twee onderzoekers lazen de titels en abstracts van de overgebleven 4.000 studies om te beoordelen of de studies aan de inclusiecriteria voldeden. Uiteindelijk bleven er nog 52 studies over waar de volledige tekst van gelezen moest worden. Van deze studies voldeden er 15 aan de inclusiecriteria: onze verzameling relevante studies was compleet!

En wat vonden we dan?

Uit 15 studies is veel nuttige informatie te halen. Het was een mooie uitdaging om deze informatie op een logische en overzichtelijke manier te rapporteren. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen de studies eerst te bespreken op basis van de verschillende theoretische perspectieven die in de studies naar voren kwamen, en vervolgens aan de hand van zes talige en interactionele categorieën (bijvoorbeeld beurtwisseling, het stellen van vragen, en non-verbale communicatie).

Over het algemeen vonden de studies uit onze review weinig genderverschillen in taalgebruik. In enkele experimentele studies werden kleine verschillen gevonden wanneer de sprekers zich bewust waren van hun genderidentiteit, of wanneer ze voor de tweede keer een gesprek moesten voeren met iemand van het andere geslacht. Zo gebruikten mannelijke sprekers meer woorden en langere zinnen, en maakten vrouwelijke sprekers meer gebruik van hedging (e.g., ‘misschien’) en minimale responses (zoals ‘hmhm’ en ‘ja, ja’) en stelden ze meer vragen. In de studies waarin institutionele interacties werden bestudeerd, zoals arts-patiëntgesprekken of rechtszaakinteracties, werd daarentegen gevonden dat het taalgebruik van de sprekers vooral samenhing met de gespreksrol (e.g., patiënt of getuige) en andere contextuele factoren, zoals status en ervaring. Vier andere studies in de review lieten juist weer zien hoe mannen, vrouwen, en tevens queer personen en transgenders, in alledaagse gesprekken gebruik maken van diverse vormen en functies van dezelfde talige of interactionele variabele, zoals versterkende woorden (e.g., ‘zo’ en ‘heel) en verschillende typen onderbrekingen. Op deze manier kunnen ze een bepaald gender construeren en uitdrukken, afhankelijk van het gespreksdoel en de context.

Als we inzoomen op de zes verschillende talige en interactionele categorieën, vinden de studies uit onze review vaak geen verschillen óf juist tegenstrijdige verschillen. De diverse theoretische uitgangspunten, verschillende interactionele settings, en variërende definities van de onderzochte variabelen kunnen deze uiteenlopende bevindingen deels verklaren. Onze review onderstreept daarom des te meer dat het belangrijk is voor onderzoekers om hun theoretische perspectieven en keuzes expliciet te maken.

En als we iets uitzoomen? Onze review vond voorzichtig bewijs voor genderverschillen in ondersteunende beurtwisseling: een aantal studies in onze review vond dat vrouwen meer ondersteunende onderbrekingen maakten, vaker lieten merken dat ze aandachtig luisterden, en uitbundiger knikten dan mannen. Vrouwen hebben dus meer aandacht voor de ander dan mannen en dit sluit tevens aan bij het stereotiepe idee van vrouwelijk taalgebruik; interessant! Op dit moment zijn we bezig met een studie naar verschillende vormen en functies van onderbrekingen in huisarts-patiëntgesprekken, waarin we verder onderzoeken in hoeverre mannen en vrouwen de ander onderbreken én op welke manier ze dit doen. To be continued!

Onze review heeft laten zien dat de relatie tussen gender en taalgebruik best ingewikkeld is, en dat het stereotiepe idee van een mannentaal en een vrouwentaal toch wat genuanceerd mag worden, in ieder geval in een-op-eengesprekken. Als we het hebben over gender en taalgebruik blijven de twee toiletdeuren hieronder toch altijd ons favoriete voorbeeld. Amusant, maar niet meer altijd actueel. De bevindingen in onze review geven mannen en vrouwen in ieder geval meer mogelijkheden bij hoge nood 😊

Ilona

Foto genomen in Denemarken door Judith Rosmalen.