BLOGG 19 (Bezonnen Lezingen Over Gender & Gezondheid)

Genderideologieën en gezondheid bij mannen – koste wat het kost?

Steeds meer vrouwen zijn de primaire kostwinner in heteroseksuele relaties. Uit een aantal wetenschappelijke studies bleek dat economische afhankelijkheid bij mannen kan worden ervaren als een bedreiging voor mannelijkheid, en dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor de mentale én fysieke gezondheid van deze mannen. Een belangrijke vraag is dus: gaat het vrouwelijk kostwinnerschap ten koste van de mannelijke gezondheid?

Vorige maand werd een wetenschappelijk artikel gepubliceerd dat antwoord gaf op deze vraag. Twee sociologische onderzoekers van The Pennsylvania State University onderzochten de relatie tussen economische afhankelijkheid bij mannen en allostatische belasting (‘slijtage van het lichaam’) als indicator voor chronische stress, en bestudeerden in hoeverre genderideologieën van de mannen hierin een rol spelen. Er was sprake van economische afhankelijkheid als de man verantwoordelijk was voor minder dan 50% van het gezamenlijke inkomen. Voor het meten van de allostatische belasting werd gekeken naar biologische systemen, zoals het cardiovasculair functioneren, ontstekingen en glucosemetabolisme. Genderideologie werd gemeten met twee stellingen over gelijke verantwoordelijkheid voor mannen en vrouwen wat betreft de zorg voor huishouden en kinderen. 

Voor het onderzoek werden data van 332 mannen geanalyseerd. Uit de resultaten bleek geen algemeen verband tussen economische afhankelijkheid en allostatische belasting. Maar toen de onderzoekers keken naar de rol van genderideologie, vonden ze interessante verschillen. Bij mannen met een traditionele genderideologie werd een verband gevonden tussen economische afhankelijkheid en een hogere allostatische belasting. Bij de mannen met een meer progressieve genderideologie daarentegen, dus die gelijkheid nastreefden, werd een verband gevonden tussen economische afhankelijkheid en een lagere allostatische belasting. Dit betekent dat de mannen die vasthielden aan de norm van de man als primaire kostwinner, maar niet aan deze norm konden voldoen, meer last hadden van chronische stress dan de mannen met een egalitaire genderideologie.

Deze bevindingen laten zien dat economische afhankelijkheid niet altijd wordt ervaren als een bedreiging voor mannelijkheid. Bovendien tonen de resultaten van dit onderzoek aan dat economische afhankelijkheid bij mannen zowel positieve als negatieve gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de man, afhankelijk van de genderideologieën van de mannen zelf.

Vrouwelijk kostwinnerschap gaat dus niet ten koste van de mannelijke gezondheid; de mate waarin mannen zelf vasthouden aan traditionele rolpatronen daarentegen wel. Het nastreven van gelijkheid en het accepteren van veranderende genderrolpatronen kan samenhangen met een lagere kans op stress, wat uiteindelijk kan leiden tot een betere mentale en fysieke gezondheid bij mannen. In hoeverre economische (on)afhankelijkheid en stress samenhangen bij vrouwen, en welke rol genderideologie daarin speelt, is een interessante vraag voor toekomstig onderzoek.

Ilona