BLOGG 17 (Bezonnen Lezingen Over Gender & Gezondheid)

Pride festival en regenboogkleuren in de gezondheidszorg

Vanaf eind juli was het Pride festival weer in volle gang. Het festival staat voor vrijheid, diversiteit, tolerantie, jezelf mogen zijn en mogen houden van wie je wil. Negen dagen lang kleurde Amsterdam (en andere delen van Nederland) daarom rood, oranje, geel, groen, blauw en paars – het feest was niet te missen!

Foto: ANP, 2019

Alles en iedereen liet hun betrokkenheid blijken. De Albert Heijn adverteerde met regenboogkleurige boodschappenmandjes, het Rijksmuseum gaf een Roze Rondleiding, Amsterdamse ziekenhuizen hesen de regenboogvlag en de Hema verkocht regenboogtompouces waarvan de winst gedoneerd werd aan het COC.

Dé grote afsluiter was uiteraard de Canal Parade. Boten van allerlei organisaties voeren door de grachten: van belangenorganisaties voor LHBTI’s, zoals het COC en Aidsfonds, tot het Ministerie van Defensie. Ook commerciële organisaties, waaronder Netflix en Philips, maakten hun opwachting, niet zonder de nodige controverse overigens. Het is een idyllisch plaatje: kleurrijke boten, zonnetje, veel vrolijk publiek, muziek en dat allemaal op de Amsterdamse grachten. Alles wees op een geslaagde Pride. Maar, toen ik de krant opensloeg deze week begon ik te twijfelen. Er waren berichten over geweld en discriminatie tegen LHBTI’s tijdens de Pride. En laten we de berichten voorafgaand aan de Pride niet vergeten, over de weigering van dragqueen Jennifer Hopelezz in taxi’s. 

Vanuit mijn eigen onderzoeksgebied zette dit me aan het denken. Zou dit soort discriminatie en stigmatisatie ook in de gezondheidszorg voorkomen, een vakgebied waarvan we verwachten dat de betrokkenen hart voor hun medemens hebben? Ervaren transgenders specifieke moeilijkheden binnen de gezondheidszorg? Maar toch niet in deze mate? Immers, het recht op goede gezondheidszorg is een fundamenteel mensenrecht. Toch lijkt het erop dat ook de gezondheidszorg nog niet vrij is van deze problemen.

Voorbeelden van barrières in de zorg    

Een rapport van het VUmc beschrijft dat ‘transsenioren’ zich vaak gediscrimineerd voelen in bijvoorbeeld hun verzorgingshuis, of bang zijn om gediscrimineerd te worden door zorgverleners die thuis zorg verlenen. Deze discriminatie, of de angst hiervoor, speelt zich af op persoonlijk niveau. Het rapport meldt ook dat verzorgingshuizen zich vaak niet bewust zijn van genderidentiteiten van hun cliënten, en daardoor een binair man-vrouwbeleid voeren. Hierdoor kunnen ‘transsenioren’ dus buiten de boot vallen. Dit speelt zich meer af op bestuurlijk niveau. Gelukkig zijn er inmiddels projecten opgestart om discriminatie tegen LHBTI’ers in de ouderenzorg te verminderen en bewustwording rondom genderidentiteit te creëren.

Een kleinschalig Amsterdams onderzoek naar ervaringen van Nederlandse transgenders met de gezondheidszorg toont aan dat discriminatie in de gezondheidszorg hun niet vreemd is. De geïnterviewde transgenders worden vaak herhaaldelijk verkeerd aangesproken door artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners: meneer in plaats van mevrouw (of andersom), of patiënten voelen zich noch meneer, noch mevrouw. Het transgender-label zorgt er ook voor dat het trans-zijn voorrang krijgt. Hierdoor komt zorg die niet gerelateerd is aan het trans-zijn in het geding. De geïnterviewden vertelden daarnaast dat het transgender-zijn werd gezien als een ziekte door zorgverleners.

Daarnaast toont een grote vergelijkende studie in de EU aan, dat in Nederland nog niet eens de helft van alle transgenders open durft te zijn over zijn of haar genderidentiteit naar zorgverleners. Is dit gebrek aan openheid een gevolg van discriminatie, of houdt een gebrek aan openheid ook juist discriminatie in stand? Onwetendheid en een gebrek aan kennis worden vaak gezien als de drijfveer voor discriminatie en bijbehorend stigma.

Hoe nu verder?

Bovengenoemde voorbeelden zijn slechts een kleine greep uit de selectie voorbeelden. Hoe kunnen deze barrières voor het krijgen van gendersensitieve zorg worden opgelost? Zijn de genoemde ervaringen incidenteel, of structureel? Dit zijn geen makkelijke vragen en er is geen pasklaar antwoord – ik ken het antwoord in elk geval niet. Wat mij wel opvalt, is dat er in Nederland weinig tot geen systematisch onderzoek is gedaan naar de ervaringen van transgenders met de zorg die zij krijgen. Dan bedoel ik niet per sé transitiegerelateerde zorg, maar “reguliere” zorg.

Dat lijkt mij een eerste stap: ervaringen optekenen en daar een gemene deler uit halen. Onderzoeken welke barrières in de zorg transgenders ervaren, en deze kennis delen met artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners. Zo kan bewustwording gecreëerd worden en kunnen zorgverleners naar deze kennis handelen. Als vrijheid, tolerantie en diversiteit in alle hoeken van de Nederlandse samenleving zijn doorgedrongen, dan heeft de Pride zijn werk gedaan en kan er écht feestgevierd worden!

Aranka